Ga naar hoofdinhoud
Nationaal hoornaarbeleid te passief, toont Van Alphen-rapport

Nationaal hoornaarbeleid te passief, toont Van Alphen-rapport

Van Alphen zet drie risico's uiteen en roept op tot nationale regie. Nu de lente 2026 begint, lijkt zijn beleidsadvies urgenter dan ooit.

Redactie Hoornaarpreventie4 min lezenbeleid

Nederland heeft de technologie, maar mist de regie

In november 2025 publiceerde emeritus hoogleraar Jacques J.M. van Alphen het rapport Verantwoord beleid bij het beheer van de Aziatische hoornaar in Nederland, uitgebracht via de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV). De conclusie was direct: het huidige beleid schiet tekort. Van Alphen typeert de aanpak als too little, too late. Met de lente nu aangebroken en de eerste potentiele koninginnen actief, is die kritiek urgenter dan ooit.

Het rapport werd gedeeld met alle twaalf provincies en alle 340 Nederlandse gemeenten. Wijnand Lodder, voorzitter van de NBV, reageerde met de woorden: Veel leden van onze vereniging spannen zich in om de opmars van deze exoot een halt toe te roepen. Dit rapport wordt gezien als een flinke steun in de rug voor deze vele vrijwilligers, ook in de gesprekken met lokale en provinciale overheden.

Drie risico's in kaart gebracht

Van Alphen beschrijft drie grote risico's die Nederland loopt bij verdere passiviteit. Het eerste is een volksgezondheidsrisico: steken van de Aziatische hoornaar kunnen ernstige allergische reacties veroorzaken, en meerdere steken kunnen dodelijk zijn. Bijzonder aan deze soort is dat zij ook gif kan spuiten in de richting van ogen, een eigenschap die de Europese hoornaar niet heeft.

Het tweede risico is biodiversiteitsverlies. Per nest kunnen tot 30.000 werksters actief zijn, en nestdichtheden in stedelijke gebieden lopen op tot 12 per vierkante kilometer. Dat niveau van predatiedruk op bestuivende insecten, waaronder honingbijen, kan een kettingreactie in ecosystemen veroorzaken met directe gevolgen voor vruchtzetting in landbouwgewassen en wilde flora.

Economische schade: het Franse voorbeeld

Het derde risico is economisch van aard. In Frankrijk lopen de kosten door bijensterfte op tot 30,8 miljoen euro per jaar. Van Alphen benadrukt dat dit vergelijkbaar is met de kosten van gerichte bestrijding, waarmee elke bezuinigingsredenering op preventief optreden tegen zichzelf keert.

dead beesdead beesDe schade valt bovendien niet alleen bij imkers. Minder bestuivers betekent minder opbrengst voor telers van aardbeien, appels en andere afhankelijke gewassen. Van Alphen stelt in het rapport dat de hoornaar niet alleen een probleem is voor imkers, maar voor iedereen die afhankelijk is van gezonde ecosystemen.

Nederlandse innovaties verlagen de drempel

Uitroeiing is niet meer mogelijk, maar Van Alphen wijst op concrete instrumenten die populatiebeheersing haalbaar maken. Nederlandse innovaties hebben de drempel voor actie sterk verlaagd: dankzij zendertjes die aan het insect worden bevestigd, kunnen nesten snel worden opgespoord. Daarnaast is er apparatuur beschikbaar die nestverwijdering tot op 35 meter hoogte mogelijk maakt, zodat ook nesten hoog in boomkruinen bereikbaar zijn voor gecertificeerde bestrijders.

De kosten van bestrijding zijn door deze innovaties sterk gedaald. Het rapport pleit voor actieve opsporing en verwijdering van voorjaarsnesten en jonge koninginnen, precies de fase die nu, in maart en april, begint. Meer over de praktische aanpak van lentebestrijding leest u in ons artikel over selectief vallen plaatsen.

Provincies versus nationale coordinatie

Van Alphen stelt dat de verantwoordelijkheid momenteel versnipperd bij provincies ligt, terwijl adviezen van kennisinstanties de risico's bagatelliseren. De EU-verordening en de Nederlandse Wet natuurbescherming verplichten provincies om invasieve soorten actief te beheren, maar zonder landelijke coordinatie leidt dat tot grote onderlinge verschillen in aanpak en capaciteit.

In antwoord op Kamervragen over de Aziatische hoornaar, beantwoord door de staatssecretaris van LVVN in mei 2025, erkende het kabinet dat de soort inmiddels wijdverspreid is en dat de focus verschuift naar wat er nog haalbaar is. In de provincie Utrecht en de noordoostelijke provincies wordt volop bestreden. Elders kan de aanpak worden aangepast, afhankelijk van voortgang en beschikbare middelen, met als minimumscenario alleen ingrijpen bij overlast of in kwetsbare natuurgebieden. Van Alphen bepleit juist de omgekeerde weg: landelijke coordinatie als vertrekpunt, in plaats van een variabele provinciale inspanning.

Wat kunt u nu doen?

Het rapport benadrukt ook de rol van burgers: publiekscampagnes om nesten te herkennen in april, mei en juni zijn een van de concrete aanbevelingen. Het actievenster voor voorjaar 2026 draait om drie kernmomenten: het herkennen van koninginnen in de eerste weken van april, het melden van primaire nesten zodra die zichtbaar worden, en het bijdragen aan burgeronderzoek zoals het INBO-lentevallenproject dat op 1 maart 2026 van start is gegaan.

Meer praktische informatie voor imkers en betrokken burgers vindt u op onze pagina voor imkers. Het Van Alphen-rapport is te downloaden via de website van de NBV.

Bronnen